Voor data recovery van harde schijven klik hier.
Formaten

Het plaatje rechts toont een vergelijking in afmeting van de meest voorkomende typen harddisks.
- Onderaan de 3,5 inch schijf, die meestal wordt gebruikt in desktop pc's en harddisk video recorders.
- Daar boven het 2,5 inch formaat, te vinden in veel laptops (notebooks).
- De volgende is de 1,8 inch disk, die vaak wordt toegepast in kleine draagbare apparatuur (iPod, video camera, netbooks, etc.).
- Tenslotte bovenaan de 1 inch schijf (micro-drive). Hoewel dit soort drives nog steeds verder wordt ontwikkeld, wordt voor een groot gedeelte van de toepassingen (zoals digitale foto camera's) tegenwoordig vaak flash geheugen gebruikt.
Aansluiting
Harde schijven kunnen worden aangesloten aan het moederbord via een kabel en worden van spanning voorzien door de voeding van de pc. Er zijn verschillende typen aansluitingen (interface):

ATA - (Advanced Technology Attachment) of IDE (Integrated Drive Electronics) is een standaard interface die de communicatie tussen het moederbord van een computer en schijfstations mogelijk maakt. ATA wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de aansturing van harde schijven en CD/DVD-stations. ATA wordt ook wel parallel ATA, PATA of P-ATA genoemd.
Er is een 4-polige (Molex) aansluiting voor de voedingsspanning en een platte kabel met 40 of 80 aders voor de koppeling met het moederbord.

SATA - Serial ATA (ook wel SATA of S-ATA genoemd) is een computerbus ontworpen voor het transport van gegevens tussen de computer en de harde schijf. Serial ATA is de opvolger van de ATA/PATA/P-ATA of IDE-bus.
Serial ATA gebruikt dunnere kabels dan de flatcables van parallel ATA. De kabels kunnen niet omgekeerd worden aangesloten, zoals dat bij veel vooral oudere ATA kabels het geval was.
Er zijn twee aansluitingen, een brede voor de voedingsspanning en een smalle voor de koppeling met het moederbord.
SCSI - (Small Computer System Interface) [skoezie] is een controller technologie die vooral gebruikt wordt om harde schijven te koppelen. SCSI controlers en SCSI schijven liggen aan de bovenkant van de markt en worden vooral gebruikt in zwaardere computers, zoals servers en systemen om video bestanden te bewerken.

ZIF - (Zero Insertion Force) connectors zijn voorzien van een mechanisme om, nadat de verbinding is aangebracht, deze vast te zetten zodat een stabiele aansluiting ontstaat. Dit soort connectors wordt vaak toegepast bij processors, in laptops en bij kleine harddisks (te vinden in video camera's van o.a. Sony, iPod's en andere kleine draagbare apparatuur).
Een ZIF aansluiting mag alleen worden losgemaakt door eerst het vergrendelings mechanisme uit te schakelen, waarna de verbinding zonder moeite uit de connector kan worden verwijderd.
RAID
Een andere manier om harde schijven aan te sluiten is gebruik maken van een RAID configuratie. Bij sommige computers wordt dit standaard ondersteund. Er zijn ook complete units te koop, waar een RAID controller is ingebouwd. Ook een NAS met 2 of meer schijven kan gebruik maken van een RAID configuratie.
Er zijn verschillende typen RAID, maar voor privé gebruik wordt RAID 0 of RAID 1 het meest toegepast. Een RAID 0 of RAID 1 bestaat uit twee harde schijven. Het beste is een dergelijke RAID uit te rusten met twee schijven van dezelfde capaciteit en liefst ook van hetzelfde merk en type. Gebruikt men twee schijven met verschillende capaciteit wordt de totale capaciteit van de RAID bepaald door de kleinste schijf.
RAID 0 - Bij een RAID 0 configuratie worden alle gegevens over twee schijven verdeeld (striping). Deze twee schijven bevatten dus ieder maar een deel van de informatie.
Worden bijvoorbeeld twee schijven van 250 GB in RAID 0 gezet, wordt deze door de computer als één schijf van 500 GB gezien. Een nadeel is dat bij een ernstig defect aan één van de schijven de gegevens niet meer zijn te herstellen via data recovery.

RAID 1 - Bij een RAID 1 configuratie worden alle gegevens niet op één, maar op twee schijven geschreven (mirroring). Deze twee schijven bevatten dus precies dezelfde informatie, bijvoorbeeld twee schijven van 500 GB in RAID 1 wordt door de computer gezien als één schijf van 500 GB.
Bij het eventueel uitvallen van één van de schijven, neemt de andere schijf alle taken volledig over, zonder dat de gebruiker iets hoeft te doen. De meeste RAID oplossingen geven wel een waarschuwing als dit gebeurt, de defecte schijf moet dan wel zo snel mogelijk vervangen worden.
Bij de meeste RAID controllers kan het verwisselen van schijven worden uitgevoerd terwijl de computer aan staat (hot swap). Na het plaatsen van een nieuwe schijf wordt deze automatisch gevuld met een kopie van de andere schijf.
Solid State Drive (SSD)
Het grootste probleem van de tegenwoordige harddisk is dat het een mechanisch apparaat is en dus na langer gebruik slijtage gaat vertonen (zie disk hardware).
De solid state drive bevat geen bewegende onderdelen en is dus veel minder kwetsbaar. Er zitten alleen geheugenchips in de SSD, vergelijkbaar met de USB stick of geheugenkaart. Daardoor kan de snelheid sterk omhoog en gebruiken ze veel minder energie.
Op dit moment zijn dit soort schijven nog relatief duur en wordt er ook nog steeds gewerkt aan de beperkte levensduur van de geheugenchips. Ook SSD's hebben dus last van een soort "slijtage" en bieden nog geen garantie tegen verlies van gegevens. Daarnaast is data recovery vaak onmogelijk en is dus het regelmatig maken van een backup ook hier noodzakelijk (zie de pagina over flash geheugen).


