BIOS
Het BIOS stamt uit het einde van de jaren '70 en is destijds ontwikkeld voor de eerste IBM PC's. Daarna is het BIOS telkens "opgelapt" om nieuwe soorten hardware te kunnen ondersteunen, maar de basis van het BIOS is nog steeds de code van jaren geleden. Een belangrijk nadeel van het BIOS is dat er geen echte standaard voor bestaat. Iedere BIOS leverancier schrijft zelf updates en er wordt er met behulp van "digitaal plakband" voor gezorgd dat alles blijft werken.
Het ontstaan van EFI
De vernieuwing werd ingezet door processorfabrikant Intel. Tijdens de ontwikkeling van de Itanium processor, die compleet anders is van opbouw als alle gangbare processors, liep men tegen het probleem aan dat het BIOS daarvoor totaal niet geschikt was. In de jaren `90 startte men daartoe een project voor een BIOS-vervanger die hardware en software onafhankelijk is. Dit project heeft in 2001 geresulteerd in de zogenaamde EFI-standaard (Extensible Firmware Interface).
Standaard
Om EFI een kans van slagen te geven als open standaard, richtte Intel vervolgens de Unified EFI Group (UEFI) op, waar namen als AMD, AMI en Phoenix/Award aan verbonden zijn. Alle rechten op de EFI-standaard zijn inmiddels eigendom van die groep en dus kan iedereen EFI-platformen ontwikkelen zonder gebonden te zijn aan een hardware fabrikant.

Die onafhankelijkheid is ook belangrijk voor uitbreidings kaarten, zoals bijvoorbeeld RAID-controllers of netwerkkaarten. De firmware (interne software) die daar op zit moet tot nu toe communiceren met het BIOS om het mogelijk te maken om op te starten vanaf deze apparaten en is daarbij alleen geschikt voor één soort hardware architectuur. Dat betekent dat bijvoorbeeld een RAID-controller die is gemaakt voor standaard Intel systemen niet werkt in een Itanium systeem of een op PowerPC architectuur gebaseerde Apple machine.
Omdat het EFI-platform onafhankelijk werkt kunnen uitbreidingen, zoals die op zo'n RAID-controller , op alle EFI-platformen probleemloos functioneren. Het is dankzij EFI zelfs mogelijk om drivers voor hardwareplatformen onafhankelijk op opstart niveau te laden, waarna het besturingssysteem deze hardware zonder speciale driver via EFI kan aanspreken.
Daarnaast kan het BIOS niet goed overweg met schijven (of een RAID systeem) groter dan 2 Tb en kan men zonder speciale maatregelen (drivers) daar niet van opstarten. Een lastige beperking, terwijl de capaciteit van harde schijven steeds groter wordt en ook dit probleem is met EFI opgelost.
Waar wordt EFI gebruikt?
Alle Itanium servers en de meeste Apple pc's zijn voorzien van deze technologie en ook de nieuwe op Intel processors gebaseerde laptops en desktops hebben vaak EFI aan boord. Het ontbreken van het BIOS op deze machines is de reden dat het niet zomaar mogelijk is om Windows te installeren op deze machines. Er is daarom een "BIOS simulator" ingebouwd waardoor ook Windows kan worden gebruikt. EFI maakt het ook mogelijk om de machine direct in grafische mode te kunnen opstarten, dus zonder dat ouderwetse uiterlijk van het BIOS opstart scherm en ook geluidseffecten en het netwerk kunnen worden gebruikt, nog voordat het besturingssysteem is gestart, omdat EFI zorgt voor de besturing daarvan.
Eind 2011 zijn ook de eerste moederborden uitgerust met EFI (van onder andere Asus) beschikbaar.


